Kristof Calvo (Groen): ‘Ik ben niet die ‘boze oppositieleider”

Kristof Calvo. © Diego Franssens
Walter Pauli

Kristof Calvo (Groen) heeft al langer uitgesproken ideeën over de werking van het politieke bestel. Maar sinds de coronacrisis is hij zeker van zijn zaak: onze politieke manieren moeten op de schop. ‘Het probleem is niet België, maar de Belgische particratie.’

Hij staat bekend als een immer beweeglijke en bezige duivel-doet-al, maar de coronacrisis kluistert ook Kristof Calvovast aan zijn huis in Mechelen. Hij treurt er niet om. ‘De omstandigheden dwingen de Kamer eindelijk om efficiënt te vergaderen en te werken. We kunnen nu elektronisch stemmen en móéten wel videoconferenties organiseren. Wat verdwijnt, is het debat om het debat, het vergaderen om het vergaderen.’

Ook in de Wetstraat is er een wereld voor en een wereld na corona.

Kristof Calvo: Ons politieke landschap dateert van vóór de gsm. Alles is in beweging. Waarom zou de politiek niet meebewegen? We zouden tot een reboot van het hele politieke systeem moeten komen. Dat was al mijn overtuiging voor de coronacrisis, en zeker nu. Reken eens na hoeveel tijd en energie politici verspelen aan het uitvergroten van kleine verschillen. Ik ben een kind van deze tijd: ik ben intensief bezig met Twitter en Facebook. Ik ben ook een parlementair dier: ik hou van het felle debat. Mijn oproep tot nationale samenwerking is géén pleidooi voor gemakkelijk consensusdenken. Maar we moeten wél weg van onze obsessie met de korte termijn, met het volgende Belgabericht en de laatste tweet van de politoloog. De Wetstraat, de media incluis, is gewoon op drift. Alsof iedereen aan ADHD lijdt of coke snuift.

De tijd is voorbij dat haast iedereen geloofde in het dogma “hoe meer dat we splitsen, hoe beter”. Zelfs de N-VA beseft in deze crisis dat het confederale model onwerkzaam is.

We kunnen de coronacrisis alleen de baas als iedereen samenwerkt: de ziekenhuizen, de wetenschappers, de burgers van dit land, en dus ook de politici. De ideologische verschillen en de politieke tegenstellingen zijn natuurlijk niet verdwenen. Maar ik pleit wel voor een andere manier om ermee om te gaan.

Vandaar uw boutade: ‘Er is geen meerderheid en geen oppositie.’ En vandaar dat een progressieve partij als Groen haar steun verleent aan een centrumrechts kabinet.

Calvo: Het was niet vanzelfsprekend om ons vertrouwen te geven aan een regering die we vijf jaar lang hadden bestreden. Maar een partij die aanklaagt dat er te veel bespaard wordt in de sociale zekerheid en dat er te weinig aandacht is voor mensen in armoede, kan een uitgestoken hand toch niet zomaar weigeren? Toen de vraag kwam om de regering-Wilmès vanuit de oppositie tijdelijk te steunen, hoefden we eigenlijk niet lang na te denken.

Dat houdt toch een fors risico in?

Calvo: Inderdaad, maar de risico’s die wij als politici nemen, zijn honderd keer kleiner dan de echte risico’s die de gezondheidswerkers elke dag nemen. Ik snap wel dat Raoul Hedebouw (PVDA) aan deze regering volmachten noch vertrouwen wil geven. Het is een comfortabele keuze. Alleen lijkt me dit geen goed moment om te kiezen voor comfort.

Weet u, met een beetje goede wil is het niet onmogelijk om een federale regering te vormen. Op 26 mei 2019 waren er ook verkiezingen in Europa. Op EU-niveau is het gelukt om meer dan twintig democratieën samen te brengen. Vervolgens heeft een klassieke coalitie van socialisten, liberalen en christendemocraten een ambitieuze Green Deal uitgewerkt, aangestuurd door de groenen. Dat akkoord wordt nu al vergeleken met ‘een nieuwe maanlanding’. Waarom zou het dan niet kunnen lukken in een landje met zogezegd ’twee democratieën’?

Op de persconferenties over de coronacrisis zaten erfvijanden als Elio Di Rupo (PS) en Jan Jambon (N-VA) inderdaad netjes naast premier Sophie Wilmès (MR).

Calvo: Ik ben oprecht blij als de Financial Times schrijft dat ‘België de crisis goed beheert’, en dat ondanks ons politieke systeem. Sophie Wilmès heeft de juiste woorden gevonden om te zeggen wat gezegd moest worden. De premier eindigde haar toespraak niet met: ‘We zijn in oorlog.’ Ze zei: ‘Laten we goed zorgen voor elkaar.’ Ze laat de oorlogsretoriek thuis. Politici vergeten vaak dat de wetten die ze goedkeuren en de besluiten die ze uitvaardigen vaak minder belangrijk zijn dan de taal die ze spreken.

Even claimde ook N-VA-voorzitter Bart De Wever de functie van eerste minister. Hij bediende zich wel van oorlogstaal als ‘samenscholingsverbod’ of ‘avondklok’.

Calvo: Het valt me opnieuw op dat de N-VA een moeilijke partner is om mee samen te werken. Er is kritiek te geven op dat wekelijkse ‘voorzittersoverleg’. Dat kan inderdaad gezien worden als een uiting van particratie – ik had het zelf ook liever anders gezien. Maar in volle coronacrisis ga je als voorzitter toch naar dat overleg als je wordt uitgenodigd? Dan ga je toch niet op hetzelfde moment in een tv-studio kritiek zitten spuien op wat daar beslist wordt?

Groen zegt nooit nee tegen uitnodigingen. Zie de opmerkelijke foto waarop liberale kopstukken elkaar knuffelen en Groen-voorzitter Meyrem Almaci meejuicht: allemaal zo blij ‘erbij te zijn’.

Calvo: Ook Meyrem vond het een vervelende foto. Dat beeld vertolkte echt niet haar houding. Wij hebben altijd gezegd: ‘Een regering met groenen is legitiem, een regering zonder ons ook.’ Er is ook veel energie gestoken, en zonder resultaat, in een regering met de N-VA en de PS. Onze voorkeur is een progressieve coalitie. Het informateurschap van Paul Magnette (PS) vond ik niet toevallig de boeiendste periode sinds de verkiezingen. De teksten die toen werden geschreven, waren het beste regeerakkoord dat ons land nooit heeft gehad.

Kristof Calvo (Groen): 'Ik ben niet die 'boze oppositieleider''
© FOTO DIEGO FRANSSENS

SP.A-voorzitter Conner Rousseau werkte aan een regering met de PS en de N-VA. Dus zonder groenen.

Calvo: Negen maanden na de verkiezingen ga ik toch geen collega iets kwalijk nemen die zijn nek uitsteekt om tot een oplossing te komen? Zelfs als er een paars-gele regering gekomen was, hadden wij groenen vanuit de oppositie aangeboden om die te steunen in deze crisis. In de strijd tegen corona bestaat er geen meerderheid en oppositie, net zoals er geen verschil tussen Vlamingen en Walen hoeft te bestaan. Groen is geen partij van de antipolitiek.

Groen gaf nooit kritiek, niet op Paul Magnette (PS), niet op Koen Geens (CD&V) en niet op Patrick Dewael en Sabine Laruelle (Open VLD-MR).

Calvo: Eigenlijk zou het geen verwondering mogen wekken, zoals uit uw vraag blijkt, dat tijdens een regeringsvorming de onderhandelaars zwijgen. Vroeger was dat de norm. Dat er vandaag meer wordt gepraat via off the records in de pers dan tijdens onderhandelingen, is du jamais vu. Ik wil heel veel zaken veranderen aan de politiek, maar aan een aantal tradities hecht ik wel waarde. Bijvoorbeeld: je onderhandelt níét in de gazet.

Het heeft tot niets geleid. Die ‘non- regeringsvorming’ zette vooral veel kwaad bloed.

Calvo: Het probleem van dit land zijn niet de individuele politici, maar het politieke systeem. Gelukkig is de tijd voorbij dat haast iedereen geloofde in het dogma ‘hoe meer we splitsen, hoe beter’. Zelfs de N-VA beseft in deze crisis dat het confederale model onwerkzaam is. Alleen durven ze niet te zeggen dat ze geen voorstander zijn van negen ministers van Volksgezondheid. Toch kwamen ze in de laatste onderhandelingen nog af met voorstellen als de splitsing van de NMBS en de politie.

Het probleem is dus niet België, maar de Belgische particratie. Het is niet omdat de PS en de N-VA niet door één deur kunnen, dat hetzelfde geldt voor dé Vlamingen en dé Walen. Terwijl het in deze tijd eigenlijk onverantwoord is om voortdurend bezig te zijn met jezelf en je eigen partij. Dat neemt niet weg dat ik best waardering kan opbrengen voor de sturm-und-drang van Conner Rousseau.

Rousseau wil de SP.A opnieuw weerbaarder maken nadat jullie van Groen voor de verkiezingen het nieuwe ‘marktleiderschap’ op links hadden geclaimd.

Calvo: ‘Marktleider’ willen zijn van progressief Vlaanderen: fuck it. Ik hoop vooral dat Groen in de toekomst nog meer enthousiasme zal kunnen opwekken om de progressieve ideeën weer leidend te maken. Ofwel blijven we met zijn allen focussen op de vraag welke partij bij de volgende peiling of verkiezing 10, 11 of 12 procent behaalt. Ofwel concentreren we ons op de zaken die ertoe doen. Ik heb me voorgenomen om minder aan politiek te doen voor de eigen partij, minder campagne te voeren voor mezelf, en meer aandacht te schenken aan de politiek als groter geheel. De fundamentele uitdagingen van deze tijd kun je niet tackelen met één partij of met een beperkte coalitie. Ik denk wel dat zelfs kleine partijen samen tot grootse zaken in staat zijn.

Is de concurrentie niet vergroot met drie linkse partijen in het parlement?

Calvo: Ik wil geen energie meer verspillen aan het bestrijden van bondgenoten. Als groene zie ik liever dat de sociaaldemocraten in vorm zijn dan dat ze in de lappenmand liggen. En ik hoop dat het omgekeerde ook waar is. Ik vind dat progressieven veel meer moeten samenwerken, als het moet over de grenzen van meerderheid en oppositie heen. Anders riskeer je weer wat na 2008 is gebeurd: een te snelle terugkeer naar de orde van de dag.

Nog altijd is de bankencrisis van 2008 hét trauma van links.

Calvo: Wat in Wuhan gebeurd is, heeft voor België net dezelfde grote gevolgen als wat er gebeurde toen de Amerikaanse hypotheekmarkt in de problemen kwam. Ook deze crisis dwingt iedereen om zijn eigen dogma’s ter discussie te stellen. Het is positief dat een liberaal als Alexander De Croo de banken waarschuwt dat het geen tijd is om met dividenden te strooien. Of dat het Verbond van Belgische Ondernemingen het openstellen van de tijdelijke werkloosheid gunstig gezind is – het gaat bijna om een basisinkomen. Hopelijk blijft die openheid langer duren dan in 2008. Toen hebben de progressieve krachten te snel geplooid. In Nederland hebben de sociaaldemocraten zich volledig ingeschreven in de harde liberale bezuinigingen van Mark Rutte. Die aanpak heeft wereldwijd tot grote woede geleid, met de verkiezing van Donald Trump en de brexit als gevolg.

Bij de bankencrisis bleek dat het een fabel was dat zelfs wij in het Westen ‘krijgen wat we verdienen’. Anders hadden meer bankiers in de cel gezeten en hadden minder gewone mensen moeten opdraaien voor een crisis waaraan zij geen schuld hadden. De bankencrisis was de begrafenis van de American dream . En nadien heeft men verzuimd de band tussen inspanning en beloning te herstellen. Vandaar dat we nu, met deze coronacrisis, duidelijk moeten maken dat een samenleving geen concurrentiemodel hoeft te zijn, met winnaars en verliezers. Doen we dat niet, dan riskeren we een herhaling van de woede van na 2008.

Ik zie weinig heil in die oude discussies over nieuwe kartels. Die waren ooit een grotere bron van negativisme dan van progressieve ideeën.

Beschikt links vandaag over een alternatief?

Calvo: Dit is de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. In december 1944, toen de slag om de Ardennen nog bezig was, is de sociale zekerheid opgericht. Waarom zouden we deze kans niet grijpen om haar klaar te maken voor de toekomst? Ik pleit voor een nieuw model dat mensen en bedrijven meer vertrouwen geeft. Al te vaak hebben klassiek links en rechts elkaar gevonden in een sociaal model dat gebaseerd was op wantrouwen. Onze sociale zekerheid wantrouwt de zogezegd ‘profiterende werkloze’, onze fiscaliteit de ‘frauderende ondernemer’. Ik kies voor een heel andere benadering: geen staat meer die controleert, sanctioneert en vernedert, maar een overheid die emancipeert en vertrouwen geeft. Die boodschap is progressief goud. Progressieve ideeën mogen niet alleen impact hebben na de komma. Als de nieuwe generatie wil zorgen voor een nieuwe politieke cultuur, moet ze ideeën verkiezen boven partijbelang en samenwerking boven ego’s.

Als de vos de passie preekt…

Calvo: De voorbije jaren heb ik als oppositieleider inderdaad vooral het nieuws gehaald met kritiek op de regering. Maar dat beeld van ‘boze oppositieleider’ strookt niet met wie ik ben.

Kristof Calvo was een personage geworden.

Calvo: Ik heb ermee ingezeten dat mijn tegenstanders een karikatuur van me hebben proberen te maken. Ik geef toe, door die halve minuut gestamel in De afspraak op vrijdag (waarin hij de groene plannen rond salariswagens verdedigde, nvdr) heb ik mezelf blootgesteld aan kritiek van mijn politieke tegenstanders en misschien ook van enkele mensen in mijn eigen partij. Tja, je kunt geen tien jaar tegen schenen trappen en dan verwachten dat je zelf nooit eens het voorwerp van een aanval zult worden.

Na mijn rol in de Marrakesh-crisis, toen we in de Kamer een progressieve meerderheid hebben opgezet, is vanuit de N-VA en vanuit radicaal-rechtse hoek een felle en persoonlijke campagne tegen mij opgestart. En het gaat niet alleen om mij. Je ziet steeds vaker dat politieke tegenstanders persoonlijk worden aangepakt. Eerst heeft de N-VA dat met Elio Di Rupo gedaan. In de aanloop naar 26 mei werd ik er het slachtoffer van. Tijdens deze regeringsvorming was het Gwendolyn Rutten (Open VLD). Het is beenhard. En het kruipt hoe dan ook onder je huid. De dag dat je daar geen last meer van hebt, moet je stoppen met politiek. Dan ben je te cynisch geworden.

Komt die vijandschap niet van alle kanten? N-VA- kopstuk Theo Francken zegt dat hij in de Kamer van geen enkele PS’er of Ecolo’er een hand krijgt.

Calvo: Dat is niet waar. Het onderscheid tussen mens en mening is belangrijk. Maar als de meningen te verschillend zijn, draait het uiteindelijk om een ander mensbeeld. Dan wordt het moeilijk om samen pinten te pakken.

Er is veel warmte en samenwerking in de Kamer. Wij hebben meer akkoorden afgesloten dan men ziet, en dat met hetzelfde versnipperde politieke landschap dat de voorbije negen maanden zogezegd de echte reden was waarom er geen regering gevormd kon worden. Had de Kamer niet gewerkt, dan was het land al lang voor de coronacrisis in een lockdown gegaan.

De grote breuklijnen tussen ‘open’ en ‘gesloten’ politici lopen trouwens niet samen met de scheiding tussen links en rechts, of tussen meerderheid en oppositie. Er is veel affiniteit over partijgrenzen heen – dat merk je nu goed aan de onderlinge relaties binnen de generatie dertigers die in alle partijen en parlementen opgang maakt. Ik ben blij dat Sammy Mahdi veel steun heeft gekregen bij de CD&V-voorzittersverkiezingen. Ik heb altijd goed kunnen samenwerken met Sihame El Kaouakibi (Open VLD) en Meryame Kitir (SP.A).

Droomt u ook van een minder vrijblijvende, meer structurele samenwerking, bijvoorbeeld in een kartel?

Calvo: Ik ben al lang voorstander van structurele aanpassingen, zoals de invoering van een federale kieskring en van de partijoverschrijdende stem: die formule geeft kiezers de kans om voor politici van verschillende partijen te stemmen. Het geeft bruggenbouwers een duwtje in de rug. Maar ik zie weinig heil in die oude discussies over nieuwe kartels. Die waren ooit een grotere bron van negativisme dan van progressieve ideeën. Ik hoop voorlopig vooral op een progressieve ideeëncoalitie.

Intussen heeft de coronacrisis de voorstanders van besparingen in de gezondheidszorg de mond gesnoerd.

Calvo: Niet alle partijen die nu applaudisseren voor de dokters en de verpleegkundigen hebben zich de voorbije jaren even hard ingespannen om onze gezondheidszorg te versterken. Verder hoop ik vooral dat onze gezondheidswerkers straks op hun beurt kunnen applaudisseren voor de politieke keuzes van de postcoronatijd.

Al die mooie zaken waarvoor nu zo veel waardering bestaat, zoals de inspanningen van dokters, verpleegkundigen en mantelzorgers, die waren er natuurlijk ook al vóór de coronacrisis. Ze kregen alleen niet de aandacht die ze toen al verdienden. Nu ziet iedereen het: onze samenleving is echt wel warmer dan het soms voorgesteld werd.

Kristof Calvo

– 30 januari 1987: geboren in Rumst

– 2009: master in de politieke communicatie (Universiteit Antwerpen)

– 2007-2010: voorzitter van Jong Groen

– 2009-2010: raadgever van Brussels staatssecretaris Bruno De Lille (Groen)

– Sinds 2010: Kamerlid voor Groen

– Sinds 2012: gemeenteraadslid in Mechelen voor de Stadspartij (Open VLD, Groen, M+)

– Sinds 2014: Kamerfractieleider (roterend) Groen-Ecolo

– Auteur van F*ck de zijlijn (2015) en Leve politiek (2018)

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content