JavaScript is required for this website to work.
Wetenschap

Forum

Wat de EU kan leren van de bever

Burgerlijk ingenieur Dirk Rimaux vraagt zich af wat de mens – en de EU-bureaucraat – kan leren van die andere bio-ingenieur: de bever.

Dirk Rimaux is burgerlijk ingenieur en werkt in de ontwikkeling van internationale markten op alle continenten.

30/12/2023Leestijd 4 minuten
Ook de bever zal blijven proberen de natuur naar zijn hand te zetten.

Ook de bever zal blijven proberen de natuur naar zijn hand te zetten.

foto © PublicDomainPictures.net

Burgerlijk ingenieur Dirk Rimaux vraagt zich af wat de mens – en de EU-bureaucraat – kan leren van die andere bio-ingenieur: de bever.

Westerse mensen denken graag van zichzelf dat ze buiten of naast de natuur staan. Sommigen zien de natuur hierbij zelfs als een heus slachtoffer dat ze dringend van die opdringerige mens moeten redden.

Het EU-project rond de zogenaamde natuurherstelwet getuigt hiervan. Maar klopt deze zienswijze wel ten gronde? Moeten we onszelf niet eerder zien als een integraal deel van een geheel? Als een wezen dat door de eeuwen heen uitblonk in overleven – kijk maar naar onze aantallen – door juist veelvuldige interacties aan te gaan met de natuur? Het geheim van ons succes is een niet aflatende kettingreactie tussen de mens en zijn omgeving.

Met bevers op stap

In de natuur staan we hierin ook weer niet alleen. Wat doen bevers? Zij bouwen hun omgeving om en zorgen zo voor een perfecte habitat voor zichzelf. Daarbij moeten andere dieren soms wijken. De geschiedenis van het Grootbroek in het Zuid-Dijleland vormt een perfect voorbeeld van deze zoete ironie. Bevers werden hier ooit opnieuw geïntroduceerd in het kader van de intussen bekende kreet van biodiversiteit. Maar deze biodiversiteit zal de bever juist worst wezen.

Boswachters van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), klopten zich nog niet zo lang geleden fier op de borst over hoe de vijver van het Grootbroek uitgroeide tot een paradijs voor watervogels. Er verschenen zelfs meerdere kijkhutten aan de oevers. Waarom weet niemand precies, maar het zinde de bevers eigenlijk niet. Recent getuigde een boswachter dat het ANB met een dilemma zit. Bevers steken de dijken door die het water van de vijver vasthouden. Weg water, weg vogels, weg biodiversiteit. Maar doordat de bever een op-en-top beschermd dier blijft, mag hij gedijen zoals hij dat nu eenmaal zelf bepaalt.

Op de purperen hei

Wat doen mensen nu anders dan bevers? Waarom moeten wij wel en zij niet worden afgeremd? Oh ja, we doen het op grotere schaal, maar ook met groeiend vernuft. Door wetenschap en techniek laten we de natuurwetten zelf in ons voordeel draaien. Daarbij staan we niet boven of naast de natuur, we gebruiken haar gewoon als een hefboom.

Uiteraard maken we hierbij al eens fouten die we later moeten rechtzetten. Onze toekomst uittekenen blijft een werk van gissen en missen, een zogenaamd iteratief proces. Wat klimaatwetenschappers en pausen van biodiversiteit ook beweren, ook zij kennen de waarheid omtrent onze toekomst niet. Maar binnen intellectuele middens blijkt het nu eenmaal bon ton om deze wetenschappelijke scholen (ze zijn ook niet meer dan dat) op een voetstuk te plaatsen.

Heide vormt hierbij een tweede mooi voorbeeld van zoete ironie. In feite dien je een heidelandschap te zien als een door de mens totaal verpest deel van de oorspronkelijke natuur. Het ontstond in een ver verleden door ondeskundige landbouw en kreeg zijn definitieve vorm door overbegrazing.

Heide, een resultaat van een verkeerde gis, bleek ineens toch niet zo mis

Je zou denken dat we deze landschappen dan dringend moeten herstellen. Maar niets is minder waar. Blijkbaar zorgden menselijke fouten hier juist voor het vergroten van de biodiversiteit. Zodanig zelfs dat sommige van deze landschappen tegenwoordig intensief worden beschermd. Heide, een resultaat van een verkeerde gis, bleek ineens toch niet zo mis. Maar geloof het gerust, indien heide door wat recentere stikstofuitstoot ontstond, repten onze natuurvrienden zich vandaag om deze gebieden snel weer te doen verdwijnen.

Stikstof aan banden, de wolf los

Vanuit een puur filosofisch standpunt kan je je dus gerust afvragen welke prachtige toekomstige landschappen ons niet worden ontzegd door de recent gegroeide hysterie rond de stikstofuitstoot. Want ook hier blijft de natuur zich aanpassen, zoals dat al eeuwen gebeurt. Veel van onze huidige biodiversiteit komt trouwens voort uit het herstel van een ramp van gisteren. Dat geldt evenzeer voor onszelf. Wetenschappelijk gezien zijn we gewoon een zoogdier, of we dat nu graag horen of niet. Zoogdieren konden zich pas ontwikkelen doordat een natuurramp de dinosaurussen opruimde. Het waren zij, of wij. Althans wij, in onze vroegste primitieve vorm.

Wat ons deed ontstaan, bleven we door de eeuwen heen herhalen, misschien zelfs gewoon instinctief. Dieren die ons eigen voortbestaan in de weg stonden, die ruimden we op. Wie kan het onze voorouders kwalijk nemen dat ze wolven en beren afknalden? Waarom zet men deze mensen van gisteren vandaag weg als misdadigers? Staat er iemand nog bij stil dat deze mensen vaak zelf maar net genoeg te eten hadden? Wie haalt het dan in zijn hoofd om te denken dat ze hun voedsel met deze rovers moesten delen?

Tijden veranderen en soms dienen we onze mening te herzien. Intussen kennen we bij ons geen voedselschaarste meer. De wolf opnieuw verwelkomen voor een rijkere natuur? Waarom niet? Maar zal deze natuur voor de mens effectief rijker blijven als hij er uitvoerig hinder van ondervindt? Men zou dit juist kunnen voorkomen aan de hand van twee simpele vragen: wolven, waar precies en met hoeveel? Dat we deze vragen niet meer mogen stellen, vormt een paradox binnen de natuur zelf: noem mij een succesvolle soort die zich vrijwillig laat verdringen.

Ons aards verbond

Hebben we met ons geloof in God ook niet het geloof in onszelf opgegeven? Waarom krijgen onheilsprofeten vandaag anders zo vaak een podium? In plaats van kleine groepjes sectaire wetenschappers te volgen, kunnen we beter blijven geloven in de mens als soort door te vertrouwen op ons collectief instinct. Een oeroud maar uiterst succesvol project, zoals uit onze intussen behoorlijk lange geschiedenis mag blijken.

Ja, er komen nog vele uitdagingen op ons af, en dan? Waarom dreigen we daar nu ineens allemaal aan ten onder te gaan? Tot nu reageerde de mens steeds op een gepast moment; we zijn niet zo dom. Werd het water te giftig, dan gingen we het zuiveren, schaarse grondstoffen kunnen we recycleren, landbouwtechnieken blijven we constant verfijnen en ga zo maar door. We zoeken naarstig naar oplossingen. Kortom, de kracht van overleven zit in ons geboren. Een geschenk van moeder natuur dat ons al eeuwen drijft. Dat opgeven is, meer dan wat dan ook, het begin van ons einde.

Dirk Rimaux is burgerlijk ingenieur en werkt in de ontwikkeling van internationale markten op alle continenten.

Commentaren en reacties