Laten we van Wout van Aert géén toekomstige Tourwinnaar maken

© belga
Jonas Creteur
Jonas Creteur Sportredacteur bij Knack.

Hoe fenomenaal de zege van Wout van Aert op de Mont Ventoux ook was, een toekomstig Tourwinnaar zal hij nooit worden.

12 mei 2021. Wout van Aert mag voor het eerst op de rollen rijden, na zijn blindedarmoperatie die hem zes volledige dagen van de fiets gehouden heeft. Een eerste trainingsritje van welgeteld 15 km. De volgende dag uitgebreid naar 17 km, de dag erna naar 35 km.

Pas op 16 mei mag de Kempenaar voor het eerst buitenfietsen: 36 km in 1 uur en 5 minuten (al snel dus), na ook al 70 km op de rollen te hebben gefietst, in twee uur. Vier dagen later zal hij voor het eerst weer een ‘echte’ training afwerken, op trainingskamp in de Sierra Nevada: 101 km in vier uur, met 2728 hoogtemeters.

Daarna begint een race tegen de klok om tijdig klaar te raken voor de Tour, met in juni ook nog een hoogtestage in Tignes, inclusief meerdere trainingen van ruim zéven uur.

Hoewel zijn basisniveau al hoog genoeg is om Belgisch kampioen te worden, blijkt in de eerste Tourweek dat Van Aert, zoals gevreesd, nog niet zijn vereiste topniveau haalt om de ritten te winnen waar hij zijn zinnen op heeft gezet: in Landerneau, op de Mûr de Bretagne en in de tijdrit gaan Julian Alaphilippe, Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar met de bloemen lopen. Ook in de sprintersrit naar Valence is het net niet: tweede na Mark Cavendish.

Zinnen op Ventouxrit

Een dag ervoor had Van Aert op de rustdag aangekondigd dat hij in de laatste twee Tourweken zou mikken op ritzeges, én dat hij voelde dat zijn conditie in stijgende lijn zat. Insiders wisten dan al dat hij zijn zinnen had gezet op de mythische rit met twéé Ventouxbeklimmingen. Toen bij Jumbo-Visma in de ploegbespreking gevraagd werd wie kandidaat was om mee te gaan in de vroege ontspanning, stak Van Aert meteen zijn vinger op.

Het resultaat is bekend: lichtgewichten als Kenny Elissonde, Julian Alaphilippe en Bauke Mollema gooide Van Aert een voor een overboord, om alleen boven te komen op de Ventoux, 51 jaar nadat Eddy Merckx er als regerend Belgisch kampioen, rijdende in de gele trui, had getriomfeerd (en veel meer naar adem moest happen, in een verzengende hitte).

Na een gecontroleerde afdaling stak Van Aert in Malaucène zijn handen in de lucht, naar eigen zeggen zijn misschien wel allermooiste zege. Veelzeggend voor een renner die in héél zijn carrière nu al 133 overwinningen op zijn palmares heeft staan.

Het ontlokte bij sommige Belgische én buitenlandse wielervolgers al meteen de verwachte reactie uit: rijdt hier een toekomstige Tourwinnaar? Bradley Wiggins herhaalde nog eens wat hij vorig jaar al zei, toen Van Aert in de Tour al onverwacht lang meeging in de bergen: ja! Niet onlogisch, gezien de parallellen tussen de twee. Tenslotte had de Brit zich ook omgeschoold van tijdrijder tot Tourwinnaar (dankzij meer dan 100 km tegen de klok).

Perspectief

In al die euforie is het zaak om ook deze wonderlijke prestatie van Van Aert in zijn perspectief te zetten.

Eén: hij had het geluk dat de Trekrenners in de ontsnapping véél kopwerk verrichten, in dienst van Mollema/Elissonde, waardoor hij na de eerste inspanningen om mee te raken in de vroege vlucht, relatief weinig energie moest verspillen voor de laatste Ventouxbeklimming.

Twee: Van Aert legde die tweede beklimming af in 1 uur en 53 seconden: 3 minuten en 26 seconden trager dan zijn ploegmaat Jonas Vingegaard en 2 minuten en 50 seconden trager dan Rigoberto Urán en Tadej Pogacar.

Logisch: ondanks de werken van Trek had de Belgische kampioen in de ontsnapping meer energie verbruikt dan die klassementsrenners, én hij weegt tien à vijftien kilogram meer. Hij slaagde er wel in om Kenny Elissonde, Julian Alaphilippe en Bauke Mollema los te gooien, maar het niveau om top tien in de Tour te rijden halen die nu niet.

Vergeet ook niet dat Van Aert vorige zondag een (zeer relatieve) rustdag heeft ingebouwd, op weg naar Tignes, toen hij als 86e finishte, in een bus op ruim 31 minuten, zonder te forceren. Een dag ervoor was hij in Le Grand Bornand 21e geworden, op 5’45” van Dylan Teuns, vijf minuten na Tadej Pogacar en ruim anderhalve minuut na de andere klassementsmannen.

Niet meer dan logisch, gezien zijn toen nog groeiende conditie, én het feit dat Van Aert in deze Tour niet op zijn allerscherpste gewicht staat (77 kg), zoals hij vorig jaar in de Tour wel bereikte. Goed twee kilogram meer, wat bergop een groot verschil is. Dat de Herentalsenaar zelfs met dat gewicht de rit over de Ventoux won én ondanks een loodzware eerste Tourdeel conditioneel kan groeien, is tekenend voor zijn bijzonder grote basisniveau en talent.

Negatieve caloriebalans

Dat wil echter niet zeggen dat hij de komende jaren moet focussen op een eindklassement in de Tour. Want de conclusie die na de vorige Ronde van Frankrijk gemaakt werd, toen Van Aert bergop ook veel indruk maakte (met een lager gewicht), blijft dezelfde: om in álle bergritten, over méérdere cols, zónder een relatieve rustdag, mee te kunnen met de Pogacars van deze wereld, moet hij mínstens drie, vier kilo vermageren. Terwijl zijn vetpercentage nu al bijzonder laag is (rond de zes procent).

In dat geval moet hij maandenlang met een negatieve caloriebalans trainen, en loert een overmatig spier/krachtverlies en overtraining om de hoek. En dan is de kans groot dat Van Aert zijn eigen graf delft. Fysiek, én ook mentaal.

In de Touredities die nu uitgetekend worden, met nog altijd relatief weinig tijdritkilometers, maakt hij ten opzichte van met name Tadej Pogacar dan weinig of geen kans, ook omdat die óók kan tijdrijden. En zeer rap.

De Sloveen reed zelfs dertig seconden sneller dan Van Aert in de tijdrit naar Laval, weliswaar omdat de Belgische kampioen toen nog niet honderd procent was. Maar zelfs in topconditie zou de mogelijke tijdswinst beperkt zijn. Die zelfs de minuten die de allerscherpste Van Aert in de cols zou verliezen niet zou compenseren.

Focus houden

Laat de Kempenaar dus focussen op wat hij nu zo bijzonder goed kan: zowat alle klassiekers, eventueel een klassement in een etappekoers van één week (met een beperkter aantal cols), en in de Tour ritzeges, gekoppeld aan de groene trui.

En op korte termijn de Olympische Spelen, al wordt goud op het wegparcours in Tokio ook niet vanzelfsprekend: 4865 hoogtemeters op 234 kilometer, inclusief een laatste zware helling, de Mikuni-pass, van 6,75 kilometer aan gemíddeld 10,5 procent. Daarna rest weliswaar nog een plateau en een afdaling van 35 kilometer tot de finish, maar dan zal het tijdsverlies op de laatste klim beperkt moeten zijn ten opzichte van de pure klimmers (al dan niet met Remco Evenepoel erbij).

Bovendien zal Van Aert tegen dan nog niet op zijn allerscherpste gewicht staan. En het nadeel hebben dat hij nog niet geacclimatiseerd zal zijn, na amper vier dagen ter plaatse, in de hitte en hoge vochtigheidsgraad van Tokio – al geldt dat ook voor alle Tourrenners. Maar niet voor diegenen die vroeger naar Tokio kunnen afreizen. Meer kans maakt de Kempenaar vier dagen later in de tijdrit. En dan zal zelfs zijn allermooiste zege, die over de Ventoux, mogelijk weer een nieuwe invulling krijgen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content